Wandelen door Westerwolde met verslaggever Caspar Janssen! Verslag 107

zaterdag 18 november 2017

Wandelen door Westerwolde met verslaggever Caspar Janssen! Verslag 107

De Volkskrant-verslaggever Caspar Janssen, a.k.a. Casper Loopt, is begin mei 2017 begonnen aan zijn wandeltocht door heel Nederland. In één jaar wil hij de twaalf provincies van Nederland al wandelend doorkruizen. Elke maand doet Casper een andere provincie aan. Dagelijks schrijft hij een verslag waarin hij de lezer op de hoogte houdt van wat hij ziet en meemaakt.

Casper heeft samen met Jan Loots vier dagen door Westerwolde gewandeld. Loots heeft hem kennis laten maken met onze regio. In een viertal verslagen schrijft Casper onder andere over de Ruiten Aa, het Eemsdal, de bossen van Ter Apel en de boerderijen in Smeerling.

‘Nu al vind ik dit gebied, diep weggestopt tegen de Duits grens aan, het best bewaarde geheim van Nederland.’

Benieuwd wat Caspar Loopt over Westerwolde schrijft? Lees onderstaand zijn wandelverslag no. 107!

Oh ja, zo was het op het platteland

Ik was in Westerwolde gebleven. Met Jan Loots, een plaatselijke kenner van het gebied, loop ik een rondje in de buurt van zijn huis in Veele, dat uitkijkt op de Wester Es en de Ruiten Aa.


Dit is het Eemsdal, het oude stroomgebied van de Eems, die droogviel en waarin later de Ruiten Aa een stroompje heeft gevormd. Er is, naast de najaarszon, van alles bijzonder vandaag. Die oude loop van de Eems, waar het wat nattig is, de steile randen, het paardenlandje en de kleine gifvrije akkertjes met boekweit, met eromheen vlieren, meidoorns en sleedoorns, de groenlingen en de geelgorzen, de putters, in groepjes, en in aantallen die vage beelden oproepen: oh ja, zo was het op het platteland. Blijkbaar is hier voldoende voedsel. De orchideeën, de ratelaars en de dotterbloemen die de landjes hier in het voorjaar en de zomer kleuren, denk ik er zelf nog bij.

Een postzegel

 

Dan een bos, een stukje maar, maar toch, een oud bos, met dalkruid, de eeuwenoude stroomruggen van de Eems zijn in het bos nog intact, en de kronkelwaarden, waarin her en der poeltjes staan. In het late voorjaar, zegt Loots, hoor en zie je hier volop wielewalen. Nu doen we het met boomklevers, spechten, vinken en jawel, een keep en een goudvink, ook niet mis. We lopen door een postzegel, te klein nog om zoden aan de dijk te zetten. Nu al zien we elzen, hulst, berken, vlieren en eiken. Staatsbosbeheer doet hier zijn best, zegt Loots, om het bos afwisselender te maken. En al die postzegels bij elkaar, aan elkaar, dat kan dan in de loop der jaren iets teweegbrengen.

We klimmen over een hek, een weiland in, dat licht glooiend is. De gehoornde koeien - niet geamuseerd - achtervolgen ons als we naar het hoogste punt lopen. Uitzicht op de oude loop van de Eems, twee reeën in de verte, de akkers op de Wester Es. Voor die es bedacht Jan Loots een plan, dat in de komende jaren wordt uitgevoerd. Hij gaat erover vertellen, als we de koeien hebben afgeschud.

Deel deze pagina