Stadskanaal en Semslinie

Semslinie en het Stadskanaal

In 2015 bestond de belangrijke vaarverbinding het Stadskanaal 250 jaar en het was precies 400 jaar geleden dat de Semslinie is getrokken, de grens tussen de provincies Groningen en Drenthe. Twee belangrijke mijlpalen in de geschiedenis van Westerwolde.

De Semslinie

In 1615 werd de Semslinie getrokken, de grenslijn dwars door de Oostermoerse venen tussen Drenthe en Westerwolde. Tal van grensgeschillen over het gebruik van de woeste gronden waren voor die tijd uitgevochten tussen de Onstwedder boeren en die van Buinen en Valthe.

Toen in de 17e eeuw werd begonnen met het ontginnen van dit veengebied werd een duidelijke afbakening van de markgronden noodzakelijk. Stadhouder Willem Lodewijk gaf daarom de opdracht aan de landmeters Jan Sems en Jan de la Haye een definitieve grenslijn uit te zetten. Op 2 maart 1615 was de kaart met de grens gereed. 

Het Kanaal van de Stad

In 1765 nam de Stad Groningen het besluit om Het Stadskanaal te gaan aanleggen, evenwijdig aan de Semslinie richting Ter Apel. De aanleiding was dat de Oude Veenkoloniën niet voldoende turf meer opbrachten en er daarom nieuwe gebieden moesten worden ontgonnen. De Stad wilde graag zelf invloed op deze ontginning houden: door het kanaal te graven, kon alle turf die in dit nieuwe gebied gewonnen werd, ook via Groningen worden afgevoerd. Ook kon de Stad geld verdienen aan alle bruggen en sluizen. Daarnaast werden er contracten gesloten met Drentse veen eigenaren. Via monden die uitkwamen op het Stadskanaal, kon ook het Drentse veen via het kanaal worden afgevoerd. Zo ontstonden de verschillende dorpen die weliswaar Drents zijn, maar toch op Stadskanaal zijn georiënteerd, zoals Gasselternijveenschemond, Drouwenermond, Nieuw Buinen (Buinermond), Eerste en Tweede Exloërmond en Valthermond. 

Het Stadskanaal: een belangrijke vaarweg

Bijna 100 jaar na de start was het graven van het kanaal klaar. In 1856 werd de Duitse grens bij Ter Apel bereikt. Het Stadskanaal sloot aan op de al bestaande vaarwegen in de Oude Veenkoloniën en werd één van de belangrijkste vaarwegen in Noord-Nederland. 

Het kanaal, gegraven met handkracht door Groningse en Duitse arbeiders, heeft een lengte van ruim 30 kilometer en telt acht schutsluizen of verlaten om het verval van ongeveer tien meter te overwinnen. Door de turfvaart was dit kanaal in de negentiende eeuw een van de drukst bevaren vaarroutes van Nederland. De originele hoofdstructuur is bewaard gebleven, inclusief de acht schutssluizen en een aantal bruggen. Door economische en andere ontwikkelingen zijn de monden aan de Drentse kant van het kanaal na de Tweede Wereldoorlog gedempt.

Samen met de voortgang van het kanaal en het afgraven van het veen ontstonden langs het kanaal langgerekte veenkolonies die uiteindelijk uitgroeiden tot plaatsen als Stadskanaal, Musselkanaal, Ter Apelkanaal en Ter Apel. De vervening werd opgevolgd door de landbouw en daarmee samenhangende industrie. De aanwezigheid van turf en brandstof was de aanleiding voor het ontstaan van meerdere glasfabrieken.

Vaar of fiets de 'Knoal Vaarrroute' en ontdek de geschiedenis

De route zelf behoeft geen beschrijving, het kanaal loopt, in een bijna rechte lijn, van noord naar zuid. Wel beschrijft de ‘Knoal vaarroute’ de diverse bezienswaardigheden langs het kanaal van Bareveld tot Munnekemoer. Het brengt in een notendop de boeiende geschiedenis van het veenkoloniaal gebied, het kanaal en de aangrenzende plaatsen in beeld.

Natuurlijk is deze route ook als fietsroute te gebruiken.

De ‘Knoal vaarroute’ is gratis verkrijgbaar bij de Tourist Info kantoren

Deel deze pagina